‘s Morgens vroeg had de immer attente Bert Vermeer mij nog per mail bericht dat ‘de wedstrijd doorging’. Met opgewekt gemoed derhalve ter Waalse kerke.
Mijn oude maar niet meer zo trouwe Citroën XM had ik al met de neus in de goede richting gezet. Lucie zou bij uitzondering meegaan; je kan immers zo rustig lezen in het ruime clubhuis van Purmersteijn. We waren vroeg en de stilte rond en op het veld viel dus nog niet op. Toen echter om kwart voor twee noch toeschouwers noch spelers te bekennen waren, werd ik wat argwanend. Klaas Post de kantinebaas van dienst hielp mij een boze droom binnen: veld afgekeurd.
Van de weeromstuit maakte ik een paar fikse slidings in het strafschopgebied; een heerlijk sappige, prima bespeelbare mat beschenen door een voorzichtige februarizon: ideale omstandigheden voor een potje hoofdklasse. De spelers van Purmersteijn 6 wisten ook al niets beters te doen dan goed te inhaleren en Lucie en ik togen ik opnieuw naar Klaas. Vol mededogen trakteerde hij ons op koffie en zo’n koek met roze suikerlaag. Terwijl op de achtergrondtv de miljonairs van PSV in de Groningse luren werden gelegd en Purmersteijn 6 het heil van de plaatselijke kroeg opzocht, slikten wij onze deceptie weg.
Bij het verlaten van het inmiddels akelig lege complex keken we met niet nader te omschrijven gevoelens naar het aan de tribune bevestigde Purmersteijn embleem’.
Tekst: Joop van Schaik, Foto’s: Joop van Schaik



